Wegwijs in zonnepanelenland

In deze blog lees je waar je op moet letten als je zonnepanelen koopt: verschillende types, de hoogte van het rendement, omvormers, optimizers en prijsklassen.

Zonnepanelen zijn populair. Steeds meer Nederlanders schaffen ze aan. Wie zich oriënteert op zonnepanelen, komt in een woud van technische termen terecht: Omvormers, optimizers, wattpiek, rendement, monokristallijn silicium, polykristallijn silicium, amorf silicium, CIGS, CIS. In deze blog leggen we uit waar je allemaal op moet letten als je zonnepanelen aanschaft: welke soorten er zijn, hoe hoog het rendement is en welke zonnepanelen het beste bij jouw situatie en portemonnee passen.

Vier soorten zonnepanelen

Tegenwoordig zijn er 4 types zonnepanelen goed verkrijgbaar op de markt. Monokristallijn silicium, polykristallijn silicium, amorf silicium en CIGS.Monokristallijn silicium panelen zijn zwart en hebben over het algemeen het hoogste rendement; ze zetten het grootste deel van het zonlicht om in elektriciteit. Om deze reden zijn ze ook het duurst. Polykristallijn silicium panelen hebben een iets lager rendement, maar zijn gunstiger geprijsd. Dit zijn de meest voorkomende panelen op de Nederlandse daken. Je herkent ze als blauwe panelen met een ‘gebroken’ uiterlijk. Amorf silicium panelen zijn zwart, buigzaam en heel goedkoop. Hun rendement is echter ook veel lager dan mono- en polykristallijne panelen. Deze panelen worden vaak gebruikt voor toepassingen waar niet zoveel stroom nodig is en het wel belangrijk is dat het paneel dun en flexibel is. Bijvoorbeeld in een rekenmachine op zonne-energie.

Sinds kort zijn er twee nieuwe types panelen op de markt; CIGS en CIS. Voluit staat dit voor Copper Indium Galium Selenide en Copper Indium Selenide. Dit slaat op de materialen waarvan deze panelen gemaakt worden. Deze types zijn heel erg vergelijkbaar aangezien het element Galium enkel ervoor zorgt dat het paneel niet verkleurt. CIGS en CIS panelen hebben het voordeel dat ze het bij bewolkt weer of niet direct zonlicht beter doen dan silicium panelen. Een goede keus dus als je dak niet pal op het zuiden gericht is. Wat betreft kosten zijn de panelen vergelijkbaar met polykristallijne panelen, wel is hun rendement vaak wat lager. Hun zwarte moderne uiterlijk zorgt ervoor dat hun populariteit langzaam toeneemt.

Wat piek?

Nadat je het type zonnepanelen hebt gekozen kom je erachter dat die ook weer allemaal verschillende uitvoeringen heeft. Het belangrijkste waar je op moet letten is het rendement, ook wel (module) efficiëntie genoemd. Dit geeft aan hoeveel van het zonlicht door het paneel wordt omgezet in elektriciteit. Afhankelijk van het type paneel kan dit liggen tussen 10 en 21 procent van het zonlicht. Hiervoor geldt dat des te hoger, des te beter aangezien je dan meer elektriciteit kan opwekken op je dak.

In advertenties wordt vaak gesproken over het aantal Wattpiek (Wp) dat een paneel heeft. Dit is een afgeleide van het rendement en zegt iets over hoeveel elektriciteit  een paneel kan opwekken. Je kan zonnepanelen echter niet 1-op-1 vergelijken op basis van hun hoeveelheid Wattpiek. Stel een groot paneel en een klein paneel hebben hetzelfde rendement. Het grote paneel zal in dit geval meer Wattpiek hebben dan het kleine paneel; er komt meer stroom uit. Het kleine paneel is echter niet slechter, je moet er alleen meer van kopen, maar als ze ook goedkoper zijn is dat geen probleem. Wel is Wattpiek handig om te bepalen hoeveel panelen je nodig hebt. De vuistregel is 0,85 maal de hoeveelheid Wattpiek is je opbrengst per paneel in kWh (als je hem goed plaatst). Stel je verbruikt per jaar 2000 kWh en je hebt zonnepanelen van 285 Wattpiek op het oog. Eén paneel wekt 0,85 x 285 = 242 kWh op. Voor 2000 kWh heb je dus 2000/242 = 8 a 9 panelen nodig.

Optimizers en opvormers?

Om je zonnepaneel-installatie compleet te maken heb je nog een omvormer en eventueel losse optimizers nodig. Een omvormer vormt de elektriciteit die uit je zonnepanelen komt om in elektriciteit die in het elektriciteitsnet kan. Dit is dus absoluut noodzakelijk om te hebben. Het is belangrijk dat de omvormer de totale hoeveelheid Wattpiek die je op het dak hebt liggen aankan. Als je in totaal 3000 Wattpiek hebt liggen moet je omvormer minimaal een ingangsvermogen hebben van 3000 Watt (W), echter het liefst nog een klein beetje meer om zeker te zijn dat het goed gaat.

Optimizers zorgen ervoor dat bij alle lichtomstandigheden de meeste elektriciteit uit het zonnepaneel wordt gehaald. Als een paneel in de schaduw komt doordat de zon achter een boom of dakkapel langs gaat dan moet hij anders aangestuurd worden dan wanneer hij in de volle zon staat. In een omvormer zit ook een optimizer. Deze stuurt echter alle panelen tegelijk aan. Als er dus een gedeelte van de panelen in de schaduw komt dan kan hij niet alle panelen optimaal aansturen. Als jouw dak vaak gedeeltelijk in de schaduw valt dan is het een goed idee om optimizers te nemen. Als jouw dak echter het grootste deel van de dag volledige zon heeft dan hebben optimizers weinig zin.

Tot slot

Het helpt om zelf al wat technische kennis te hebben om wegwijs te worden in zonnepaneelland. Met deze kennis kun je echter nog niet zelf zonnepanelen gaan plaatsen. Schakel hier altijd een vakman voor in, tenzij je zelf die vakman bent. Via slimwoner.nl kun je ook een offerte aanvragen voor zonnepanelen. Samen maken we van Nederland Zonnepanelenland!

Mede mogelijk gemaakt door:
  • sponsor
  • sponsor
  • sponsor